Voor leden

De noordelijke Platy's

 

Tot deze groep behoren drie soorten platy’s die afkomstig zijn uit het noorden van Mexico. Alle drie hebben ze een heel beperkt natuurlijk leefgebied en dit maakt ze erg kwetsbaar. Deskundigen beschouwen deze drie soorten dan ook als bedreigd. Het voortbestaan van deze soorten kan in de toekomst wel eens afhangen van het houden en kweken in aquaria. Gezien de kans op uitsterven in de natuur is het van belang om de aquariumpopulaties zuiver te houden en geen andere soorten in te kruisen.

De volgende drie soorten behoren tot deze groep:

Xiphophorus couchianus

Xiphophorus gordoni en

Xiphophorus meyeri

 

.

 

 

                   Xiphophorus couchianus (Girard, 1859)

Synoniemen:

Limia couchiana Girard, 1859

Gambusia couchiana Bleeker, 1860

Poecilia couchiana Jordan & Gilbert, 1883

Poecilia couchii Günther, 1866

Platypoecilus couchianus Regan, 1913

 

Nederlands naam:

Monterey platy

 

Beschrijving:

C. Girard (1859): Ichthyological notices C. Proc. Acad. Nat. Sci. Phila. (11): 113-122

 

Naamgeving:

Xiphophorus = zwaarddrager. Uit het Grieks en dit verwijst naar het gonopodium bij de mannetjes.

couchianus = genoemd naar luitenant D.N. Couch, de verzamelaar van de vissen die door Girard werden gebruikt voor het beschrijven van de soort.

 

Verspreiding:

De soort komt voor in de buurt van de stad Monterey in de staat Nuevo León in Mexico. De soort wordt hier zeer sterk bedreigd door vervuiling, het gebruik van het water voor menselijke doeleinden en de introductie van andere vissen uit het genus Xiphophorus, waardoor hybriden ontstaan. Toen men dacht dat de soort in de natuur uitgestorven was, werd in 1992 door Kallman en anderen de soort toch nog op andere plekken gevonden (Fischer, 1995). Alle biotopen zijn bronnen in en rondom Monterey. Eén van deze bronnen is La Huasteca, waar X. cochianus samen met soorten uit de genera Astyanax, Poecilia, Compstoma en Dionda voorkomt. Hoeveel vissen er op dit moment nog voorkomen in het verspreidingsgebied, is mij niet bekend.

De bekendste biotopen zijn (naast La Huasteca) een bron en zijn uitloop in de buurt van Apodaca en een bron in de buurt van Mezquital.

 

Uiterlijk:

Een enigszins gedrongen visje met een onopvallende bruine kleur. Op het lichaam is een donkere lengte band te zien, die ontstaat door een zwart randje om de schubben. Het middelste deel van het lichaam heeft een nettekening. De onderkant van het lichaam is lichter gekleurd dan de bovenkant. Er is door Rosen (1960) melding gemaakt van zwarte vlekken op het lichaam, waardoor de soort meer op Xiphophorus meyeri zou lijken. Deze tekening is blijkbaar in de loop der jaren bij praktisch alle aquariumvissen verdwenen want in de huidige aquariumpopulaties wordt ze niet aangetroffen. In de rugvin bevinden zich twee donkere bandjes. De staart kan enigszins geel zijn.

De vrouwtjes hebben een duidelijke drachtigheidsvlek.

De Apodoca populatie heeft een donkerder lichaam met daarop in tegenstellng tot de andere populaties, enkele zwarte vlekken in een horizontale band op het lichaam.

 

Grootte:

De mannetjes worden ongeveer 3 cm en de vrouwtjes tot maximaal 4 centimeter.

 

Verzorging en kweek:

De informatie over het houden en verzorgen van deze soort is niet eenduidig. Fischer (1995) had grote problemen met het houden en verzorgen, maar over het algemeen lijkt het Monterey platy een geschikte aquariumvis. Waarschijnlijk heeft de soort tijd nodig om even aan het leefmilieu te wennen, er doen zich daarna geen problemen voor. De temperatuur moet rond de 24°C schommelen, een koelere rustperiode lijkt de vissen goed te doen. Aan het voedsel worden geen bijzondere eisen gesteld. Ze eten wat de pot schaft.

Als er voldoende schuilplaatsen in het aquarium zijn, zal er altijd een aantal jongen in leven blijven. De jongen zijn bij de geboorte ongeveer 5 mm en kunnen samen met de oudere vissen opgekweekt worden. Het aantal jongen per worp ligt, afhankelijk van de grootte van het vrouwtje, rond de 20. Neal (1993) meldt een maximaal aantal van 37.

Moar meldt dat hij al zijn Monterey platy’s kwijtraakte door te selecteren op lichaamslengte. Hij ging alleen verder met de jongen van het grootste vrouwtje. Na twee generaties deden zich allerlei vergroeiingen voor en werden de vissen erg gevoelig voor ziekten. Zijn advies is dan ook om er voor te zorgen dat er zo min mogelijk inteelt optreedt. Met enige regelmaat vissen uitwisselen met een andere kweker om vers bloed te krijgen, is volgens hem belangrijk voor het houden en verzorgen van de soort op de lange termijn.

Opmerkingen:

De soort is in zijn natuurlijke leefgebied nog zeer beperkt aanwezig en behoort tot de meest bedreigde levendbarende tandkarpers. Aquarianen kunnen dan ook een belangrijke rol spelen bij het laten voortbestaan van dit visje.

Het uitzetten van andere Xiphophorussoorten zorgt voor grote problemen. In 1981 beschreven Meyer & Wischnath een nieuwe platysoort uit het gebied rondom Monterey. Ze noemden deze soort Xiphophorus roseni. Twee jaar later bleek dat het om een hybride van X. couchianus en Xiphophorus variatus ging.

Literatuur:

C. Aguilera (1995): Universidad atonoma de Nuevo Leon - Programs for the endangered fish species of Mexico. Aquatic Survival (3): 14-15

A.S. Bias: Xiphophorus couchianus - on its way out?. Viviparous (7): 0-3

R. Fischer (1995): Three wild platys. Livebearers (139): 15-139

C. Girard (1859): Ichthyological notices C. Proc. Acad. Nat. Sci. Phila. (11): 113-122

M. Heyligen (1995): Xiphophorus couchianus. Aquariumwereld (11): 266-268

H. Hieronimus (1985): Xiphophorus couchianus, der Monterrey-Platy. DGLZ-Rundschau (2): 4-11

H. Hieronimus (1990): Door aquarianen gered. Het Aquarium (10): 272-273

K. de Jong (1989): Xiphophorus couchianus (Girard, 1859). In de natuur uitgestorven. Poecilia Nieuws (6): 1-2

D. Lambert & P. Lambert (1995) Platies and swordtails Blandford Book

R. Levine (1994): Xiphophorus to the rescue: model systems to study cancer. Livebearers (134): 6-8

M.K. Meyer (1983): Xiphophorus-Hybriden aus Nord-Mexiko, mit einer Revision der Taxa X. kosszanderi und X. roseni. Zoologische Abhandlungen, Staatliches Museum fur

M.K. Meyer (1984): Natuurlijke hybriden bij Xiphophorus. TI'H (38): 35-35

M.K. Meyer & L. Wischnath (1982): Zwei neue Xiphophorus-Arten aus Nuevo Leon, Mexico. DGLZ-Rundschau (1): 9-14

J. Moar (1991): Xiphophorus couchianus. Livebearers (119): 4-7

T. Neal (1993): A plain jane, definitely not!. Livebearers (129): 7-8

D.E. Rosen (1960): Middle-American Poeciliid Fishes of the genus Xiphophorus. Bulletin of the Florida State Museum (4): 58-243

L. Wischnath (1982): Wildvormen van platy's. TI'H (30): 6-9

L. Wischnath (1987): Lebendgebärende Zahnkarpfen aus Mexiko. Aquarien Magazin (8): 336-340

L. Wischnath (1996): Wildvormen van het geslacht Xiphophorus deel 3 - platy's. Het Aquarium (1): 7-9

Tekst: Kees de Jong

 

 

               Xiphophorus gordoni Miller & Minckley, 1963

Synoniemen:

geen

 

Nederlands naam:

Cuatro Ciénegas Platy

 

Beschrijving:

R.R. Miller & W.L. Minckley (1963): Xiphophorus gordoni, a new species of platyfish from Coahuila, México. Copeia (3): 538-546

 

Naamgeving:

Xiphophorus = zwaarddrager. Uit het Grieks en dit verwijst naar het gonopodium bij de mannetjes.

gordoni = genoemd naar Myron Gordon die veel onderzoek naar de vissen in het genus Xiphophorus heeft gedaan.

 

Verspreiding:

De soort is alleen aangetroffen in de Laguna Santa Tecla ten zuidoosten van de vallei van Cuatro Ciénegas in Noord Mexico. Deze platy wordt daar niet in het open water aangetroffen, maar in een klein door een bron gevoed stroompje dat in de Laguna uitkomt. Ook is de soort aangetroffen in het dichtbegroeide moerasdeel bij de uitstroom van de Laguna. In het gehele biotoop bevinden zich veel algen. Her en der groeien waterlelies, maar het grootste deel van de planten zijn moerasplanten. Aangezien de bodem erg modderig is, is het water snel troebel.

De watertemperatuur bij deze bron is 34°C.

 

Uiterlijk:

Het lichaam van deze soort is aan de bovenkant bruin en aan de onderkant gebroken wit. Hiertussen in loopt een donkere zig-zag band van de staartwortel tot bijna aan het oog. Bij de volwassen dieren hebben beide geslachten een donkere vlek aan de buikzijde. In de rugvin bevinden zich twee donkere bandjes en bij de dominante mannen zijn er ook nog gele vlekken in deze vin zichtbaar. Opvallend aan de mannetjes is de zwarte streep aan de onderkant van het gonopodium. Als deze platy in een goede conditie is, kan er een blauwe glans over het lichaam liggen.

 

Grootte:

De mannetjes variëren van 2,5 tot 3,5 cm en de vrouwtjes to maximaal 4 centimeters.

 

Verzorging en kweek:

De Cuatro Ciénegas platy is niet erg eenvoudig te houden en dat is waarschijnlijk de reden dat de

soort nauwelijks wordt aangeboden.

Om de soort goed te houden dient het aquarium te lijken op de vindplaats in Mexico.

De belangrijkste voorwaarde is een hoge temperatuur. In de natuur komt het visje voor in een warmwaterbron met een temperatuur van 34°C, maar in het aquarium is een temperatuur van 26°C volgens Lambert & Lambert (1995) voldoende.

Het is een schuw visje dat veel schuilplaatsen in het aquarium nodig heeft. Verder is het noodzakelijk dat het voer van goede kwaliteit is met voldoende dierlijke stoffen en dat er flink wordt gevoerd. Is dit niet het geval dan is de soort kannibalistisch en zullen er nauwelijks jongen aan de grotere vissen ontsnappen. Om er zeker van te zijn dat er voldoende jongen over blijven is het verstandig om de drachtige vrouwtjes tijdig apart te zetten, zodat er veel jongen overblijven.

De vrouwtjes worden niet erg oud en produceren tijdens hun leven slechts 3 tot 4 worpen. Het aantal jongen per worp is ongeveer 20.

Opmerkingen:

Door het zeer beperkte verspreidingsgebied wordt deze soort als sterk bedreigd gezien en ze maakt dan ook onderdeel uit van een aantal programma’s voor het kweken van bedreigde vissen. Helaas is het ons in Nederland nog niet gelukt om deze soort te houden en te kweken. Dit zou gezien de status van de soort in de natuur de moeite waard zijn.

 

Literatuur:

C. Aguilera (1995): Universidad atonoma de Nuevo Leon - Programs for the endangered fish species of Mexico. Aquatic Survival (3): 14-15

H. Axelrod & L. Wischnath (1991) Swordtails and platies. t.f.h.

R. Fischer (1995): Three wild platys. Livebearers (139): 15-139

D. Isla (1995): Endangered livebearers at the Staten Island Zoo. Tropical Fish Hobbyist (6): 84-94

D. Lambert & P. Lambert (1995) Platies and swordtails Blandford Book

D. Lambert: Xiphophorus gordoni Miller & Minckley, 1963. Viviparous (44)

M.K. Meyer (1989): Mexiko 1987 Teil 4. DGLZ-Rundschau (4): 4-11

M.K. Meyer (1989): Mexiko Teil 3. DGLZ-Rundschau (1): 4-13

R.R. Miller & W.L. Minckley (1963): Xiphophorus gordoni, a new species of platyfish from Coahuila, Mexico. Copeia (3): 538-546

L. Wischnath (1996): Wildvormen van het geslacht Xiphophorus deel 3 - platy's. Het Aquarium (1): 7-9

 

Tekst: Kees de Jong

 

 

Xiphophorus meyeri Schartl & Schröder, 1988

 

Synoniemen:

Xiphophorus marmoratus, Obregón-Barboza & Contreras-Balderas 1988

Nederlandse naam:

Muzquiz platy

Beschrijving:

M. Schartl & J.H. Schröder (1988): A new species of the genus Xiphophorus Heckel 1848, endemic to northern Coahuila, Mexico. Senckenbergiana biol. (68): 311-321

 

Naamgeving:

Xiphophorus = zwaarddrager. Uit het Grieks en dit verwijst naar het gonopodium bij de mannetjes.

meyeri = genoemd naar M.K. Meyer, die veel over levenbarende tandkarpers heeft gepubliceerd.

 

Verspreiding:

De soort is alleen maar gevonden in twee met elkaar verbonden vijvers in het plaatsje Muzquiz. Dat ligt in het noorden van de staat Coahuila in het noorden van Mexico. Deze vijvers worden door de locale bevolking als zwembad gebruikt. Aan de oevers bevinden zich grote hoeveelheden planten waar het Muzquiz platy tussen zwemt. Andere soorten die voorkomen zijn: Poecilia mexicana, Gambusia sp, Cichlasoma sp en meervallen. Vanuit de vijvers loopt het water in een smal stroompje naar het nabijgelegen Muzquiz. De watertemperatuur is 25°C, Gh 19° en de pH 7,5. (M. Schartl & J.H. Schröder, 1988).

De locatie is erg kwetsbaar omdat er in de omgeving veel water nodig is voor de landbouw. Ook is er wel eens een aantal jaren nauwelijks regen gevallen, waardoor de vijvers bijna droogvielen. Volgens André Schonewille heeft de populatie ooit een droge periode kunnen overleven, omdat een aantal exemplaren door een nabij wonende arts in een badkuip zijn geplaatst.

De soort is door de kwetsbaarheid van haar biotoop dan ook op de lijst van bedreigde soorten geplaatst.

 

Uiterlijk:

De vorm van deze soort lijkt erg op die van Xiphophorus couchianus en Xiphophorus gordoni, die ook tot de groep van de noordelijke platy’s behoren. Het meest in het oog springende verschil zijn de grote zwarte vlekken op het lichaam van de Muzquiz platy’s. De vlekken ontstaan pas op latere leeftijd. Bij de pasgeboren vissen zijn ze niet zichtbaar. Er zitten twee zwarte banden in de rugvin die bij de vrouwtjes meestal slecht zichtbaar zijn. De onderkant van het lichaam is licht van kleur en de bovenkant donker. De bovenste helft van het lichaam laat, door een donkere rand om de schubben een nettekening zien. De rugvin is bij dominante mannetjes geel.

Ook komen er exemplaren van deze soort voor die de kenmerkende zwarte tekening missen. Deze bruine vorm schijnt ook in de natuur voor te komen. Aangezien de zwart getekende vorm fraaier is, zullen de meeste aquarianen hieraan de voorkeur geven en hier ook op selecteren.

 

Grootte:

De mannetjes kunnen ongeveer 3,5 cm worden, de vrouwtjes een centimeter groter.

Verzorging en kweek:

De ervaringen met deze soort zijn nogal wisselend. Het lijkt een visje te zijn dat zich eerst aan een nieuwe omgeving moet aanpassen voordat de verzorging en kweek probleemloos zijn. Het beste kan worden begonnen met een groepje van het Muzquiz platy in een aquarium met veel planten. Er wordt nogal eens aangegeven dat deze soort een watertemperatuur van rond de 24°C nodig heeft, maar 22°C is voldoende. De soort kan erg schuw zijn en zoekt vaak een schuilplaats tussen de planten. Ook de volwassen exemplaren zitten vaak tussen de planten op te houden en vertonen zich pas bij het voeren. Pas als de vissen gewend zijn, zullen ze zich vaker vertonen. De mannetjes blijken dan erg actief en doen constant pogingen een vrouwtje te bevruchten. Als de vissen gevarieerd gevoerd worden, zullen de pasgeboren jongen met rust worden gelaten en is het niet nodig om deze apart te zetten. Alle soorten voeren worden zonder probleem gegeten. Als de jongen bij de volwassen vissen in het aquarium worden opgefokt is het wel van belang dat er ook met klein voer, zoals cyclops en artemia naupliën, wordt gevoerd. Na ongeveer vier maanden zijn de jongen geslachtsrijp en kunnen zelf voor nakomelingen zorgen. Bij een lagere temperatuur zullen de dieren een rustperiode hebben, waarin geen jongen worden geboren.

De waterkwaliteit is voor deze soort van groot belang en het is dan ook noodzakelijk om regelmatig een deel te verversen.

Tijdens het wennen aan een nieuw aquarium zijn de vissen kwetsbaar, is deze fase doorlopen dan lijkt alles vanzelf te gaan en zullen er altijd voldoende exemplaren zijn om aan andere geïnteresseerden te geven.

Opmerkingen:

Naast de beschrijving van deze soort door Schartl & Schröder, is er ook nog een beschrijving van enkele  Mexicanen over deze  soort verschenen. H. Obregón-Barboza & S. Contreras-Balderas hadden reeds enkele jaren aan de beschrijving van deze soort gewerkt, maar de publicatie van de Duitsers verscheen eerder. Hierdoor is de door de Mexicanen gekozen naam ‘Xiphophorus marmoratus’ meteen een synoniem geworden.

Literatuur:

C. Aguilera (1995): Universidad atonoma de Nuevo Leon - Programs for the endangered fish species of Mexico. Aquatic Survival (3): 14-15

C. Cheswright (2002): Mexico Christmas 1997. Livebearer News (2): 32-33

R. Fischer (1996): The "Muzquiz platy": Xiphophorus meyeri. Livebearers (141): 7-8

H. Hieronimus (1989): Neue Lebendgebärende. DATZ (1): 7-8

H. Hieronimus (1990): Ein neuer Platy, Xiphophorus meyeri. DGLZ-Rundschau (2): 22-22

K. de  Jong (1989): Enkele nieuwe levendbarende tandkarpers. Poecilia Nieuws (3): 43-45

K. de  Jong (1995): Nieuwe soorten in Nederland. Poecilia Nieuws (5): 98-100

K. de  Jong (2003): Helaas weinig gehouden, Xiphophorus meyeri. Poecilia Nieuws (2): 22-23

M.K. Meyer (1983): Een nieuwe Xiphophorus van Noord Mexico?. TI'H (36): 24-24

M.K. Meyer & L. Wischnath (1986): Een nieuwe Xiphophorus uit Noord-Mexico: De Muzquiz-platy. Aquariumwereld (12): 264-265

M.K. Meyer &  L. Wischnath (1987): De Muzquiz-platy, een nieuwe Xiphophorus uit Noord Mexico. Poecilia Nieuws (1): 14-16

M. Schartl & J.H. Schröder (1988): A new species of the genus Xiphophorus Heckel 1848, endemic to northern Coahuila, Mexico. Senckenbergiana biol. (68): 311-321

A.T. Tveteraas: Look out! Look out! There's a scientist about. Viviparous (7): 0-2

A. Valdés (1995): Follow-up from Arcadio Valdés. Aquatic Survival (3): 12-14

L. Wischnath (1983): De Muzquiz platy in het aquarium. TI'H (36): 25-25

L. Wischnath (1996): Wildvormen van het geslacht Xiphophorus deel 3 - platy's. Het Aquarium (1): 7-9

 

Tekst: Kees de Jong